Chips voor durvers

Wilt ge uitpakken tijdens een Halloween- of ander feestje binnenkort? Doe het dan met deze… chips.

 

De Black Garlic Doritos

black-garlic-doritos-1Ze zien er allesbehalve smakelijk uit en smaken naar look, maar dat mag de echte fanaten niet tegenhouden. De vampieren wel, want de smaak werd uitgebracht om hen zogezegd te verjagen. De zwarte kleur ontstaat door stukjes look wekenlang te laten garen tot ze karamelliseren, waardoor ze een zoetzure en azijnachtige smaak krijgen. Op de verpakking staan beelden die linken naar Halloween. Het grote nadeel? Ze zijn enkel verkrijgbaar in Japan.

De Carolina Reaper Madness Chip

https-%2f%2fblueprint-api-production-s3-amazonaws-com%2fuploads%2fcard%2fimage%2f214988%2fopen_coffin_with_chip_2Mocht u nog nooit van de Carolina Reaper gehoord hebben: het is de heetste peper ter wereld. Er werd een gin van gemaakt (de Aduro Devil’s Tail is West-Vlaams én lekker) die drinkbaar is, maar de Reaper zelf stop je niet zomaar in je mond. Hij haalt immers tot twee miljoen eenheden op de schaal van Scoville, dat de ‘heetheid’ aantoont. Ter vergelijking: tabasco draait rond de 8.000 eenheden. Chipproducent Paqui ontwikkelde een chip op basis van de Carolina Reaper, maar die is zo straf dat ze slechts per één verpakt wordt. En om in de sfeer te blijven: de verpakking heeft de vorm van een doodskist. Je kan ze hier online bestellen voor vijf dollar het stuk.

Influencer? Nee, bedankt!

Ik heb een tijdje getwijfeld om dit stuk online te zwieren, omdat ik eigenlijk al een bloedhekel heb aan de term ‘influencial’ en al zeker aan heel die heisa die daar rond ontstaat telkens het woord valt. Saskia Neirinckx, die al vijf jaar een PR-bureau heeft in Antwerpen, legde het onlangs nog maar eens uit, dat er geen klassieke formule bestaat om onder die hipstercategorie te belanden. Meer nog: een goed uitgebouwd sociaal medianetwerk is geen must. Het gaat om de juiste mensen vinden die een bepaald merk in de markt kunnen zetten.

Magephone

Laat ik ook maar meteen eerlijk zijn: ik heb me daar in het begin wat aan gestoord. Sinds een klein jaar heb ik het bloggen wat gestructureerder proberen aan te pakken, schrijven is mijn beroep, ik ontmoet elke week nieuwe mensen, merk hoe nationale kranten ideeën pikken uit mijn columns, kom op belangrijke evenementen, vaak ook achter de schermen, volg alle mogelijke trends van dichtbij, heb een belachelijk breed interesseveld en als ik over iets enthousiast ben of iets goed vind, dan wil ik dat de halve wereld dat weet en ook het liefst in real life. Maar in de brievenbus blijft het stil, net als in de mailbox. Geen fancy feestjes, speelgoed of boeken voor de kinders, reisjes, stofzuigers of wat dan ook.

7-content-marketing-trends-that-will-reign-supreme-in-2016De oorzaak moest ik niet ver zoeken, dacht ik. Voor veel bloggers is zo’n online dagboek een soort visitekaartje. Er zit bij wijze van spreken net geen marketingplan achter. Ze spreken hun vriendengroep aan om massaal te liken en te sharen, volgen een pak mensen in de hoop dat ze teruggevolgd worden, reageren overal op en koppelen aan elk beeld een hashtag of twintig. Het is classic marketing: als je wil dat je product verkoopt, moet je het overal in de markt zetten. Maar voor mijn blog zie ik daar weinig nut in. Ik wil gelezen worden, natuurlijk. Maar ik hoef niet te pretenderen dat ik uniek ben, we zijn dat allemaal. Bovendien schrijf ik al elke dag zoveel en beschouw ik mezelf niet als een klassieke journalist die feiten opsomt. Ik wil een verhaal brengen en een zeker gevoel opwekken.

Maar als ik nog eens eerlijk – heel eerlijk – mag zijn, ben ik eigenlijk blij dat ik wat onder de radar blijf bloggewijs. Waarom ik eigenlijk niet in dat influencersvak wil gestopt worden?

1. Principes en trots

Eén onnozelaar reageerde in de online discussie over influencers, wat je eigenlijk moet vragen als een winkel iets voorstelt. Het antwoord van Saskia was bijzonder gevat: ‘Wat is dit een business geworden, zeg. Als ik iets leuk vind, post ik het.
AMEN. Als iemand iets voorstelt en het spreekt je aan, go for it. Maar verkoop je ziel toch niet. Die persoon slaagt er trouwens in om haast bij elke Instagramfoto een merk of bedrijf te taggen. “We spelen Kubb met de wijk. Dat is een sport voor de vikings. Zeg, MobileVikings, zouden jullie niet eens sponsoren?” Jezus Christus, daar krijg ik dus het fluwelen schijt van.

2. Het is een eenzijdige wereld

fashion-laptop-1024x683Een vrouwelijke vooral. Waarmee ik niet wil zeggen dat vrouwen oppervlakkig zijn, integendeel.  Maar hoeveel mannen worden bloggewijs uitgenodigd op evenementen als het niet over toerisme gaat? Er zijn wel minder mannelijke blogs, ja, alhoewel het tien jaar geleden haast omgekeerd was. Of ligt het aan de bedrijven die enkel maar de online markt ontdekt hebben om promotie te willen maken voor yoghurt, shampoo of juwelen en die toevallig vooral vrouwen aanspreken. Enig probleem is dat alles er ook meteen hetzelfde uitziet op bijvoorbeeld hun Instagram: op een achtergrond met witte stenen, op verweerd hout, poseren terwijl je filosofisch tuurt in de verte of duckfacegewijs met drank in je hand. Sommige accounts op Instagram lijken iets te veel op mekaar en geven alleen maar het positieve weer. Ironisch genoeg declameren ze daar nog eens dat ze hun heerlijke zelf willen zijn en een hekel hebben aan fake. Als ze al eens een hangoverfoto erop zetten, dan is dat vanuit een queensize hotelbed na een fancy feestje. Ik klink misschien bitter, maar ik vind dit soort voorgekauwde kost niet bepaald inspirerend.

3. Vrijheid

blogging-tips-to-make-moneyIk mag schrijven wat ik wil. Ik hoef aan niemand geen verantwoording af te leggen, ook niet aan mijn werkgever. Ten eerste zijn ze niet op de hoogte. Denk ik. Of op zijn minst liggen ze er niet van wakker. Zolang ik niet in hun vaarwater zit en ik hen niet in diskrediet breng, is er ook geen probleem. Ik ben ondertussen oud genoeg om te weten dat ik soms mijn bakkes moet houden, al is dat nog steeds niet altijd even gemakkelijk. Ik ben dan ook niet verbonden aan producten of agency’s. Zelfs als ze mij zouden contacteren: ze moeten al stevig uit de hoek komen om mij nog te verrassen of te boeien met een product. En als ik iets graag zie, hoor of lekker vind, dan zeg ik het ook zo wel. Daar hoef ik zeker niet naar mijn brievenbus te staren voor gratis producten. Thank you very much.

Eerste Hulp Bij… Verveling

Als  je kinderen hebt lijken de vakanties en vrije momenten zich wel op te stapelen. Je wil dat je kinderen daarin creatief bezig zijn, niet te veel voor de televisie of computer zitten én dat je bij voorkeur niet je hele zaterdag moet spenderen aan het rondrijden en entertainen van dat klein grut.

Enter Sarah Devos. De jonge schrijfster van fijne boeken als ‘Relax! – 100 manieren om te relaxen’,  ‘Life Hacks’ en freelance copywriter van ‘Yoga met Evy’ en ‘Fabriek Romantiek’, heeft sinds een tijdje het boek ‘Mijn kind verveelt zich nooit!’ uit. Daarin bundelde ze 150 ideeën en antiverveeltips, waarmee je de kinderen met gemak nog tot de volgende zomervakantie kan bezighouden. De focus ligt daarbij vooral op kinderen tussen 3 en 10 jaar.

14294912_1315990815131806_9151876220244197376_nWaarom is dit zo’n leuk boek? Het is belachelijk eenvoudig en overzichtelijk. Want geef toe: we worden om de oren geslagen met allerlei informatie, in boeken, apps of online… Wie inspiratie zoekt tegen verveling kan met dat laatste alleen al alle kanten uit. Op Pinterest vind je leuke tips, maar let’s face it: vaak is het dezelfde voorspelbare en voorgekauwde rommel van over de plas. Wat als je opeens een paar uur moet zien te vullen met een handvol kinderen? Ga je eerst een half uur googelen met zoektermen als ‘verveling’ en ‘niks in huis’?

Sarah toont aan dat je het letterlijk en figuurlijk niet ver hoeft te zoeken. Je hoeft geen doorwinterde DIY-er zijn, eerst nog langs een winkel te rijden en/of veel geld uit te geven. Maak toverzand, ga op expeditie in je eigen huis, speel omgekeerd verstoppertje of maak zelf een knikkerglijbaan. Naast klassiekers als papieren vliegtuigjes en vliegeren krijg je ook tips om een hindernissenbaan in elkaar te boksen (voor binnen én buiten), of bouw je in een wip een coole dinogrot of een minigolfparcours.

COVERBovendien komt ook elk seizoen uitgebreid aan bod, van een zomerse dauwtocht tot halloweenpetanque. Voor de meeste zaken kan je al aardig weg met wat je in huis hebt. Elke vijf pagina’s vraag je je af waarom je dáár niet op gekomen bent. Soms hoeft het ook niet eens moeilijk te zijn om boeiend te zijn, zeker voor kinderen. Per ideetje geeft ze ook fijntjes mee of ze het alleen kunnen doen, hoeveel voorbereiding er in kruipt en wat je allemaal nodig hebt. En dankzij de guitige illustraties van Emma Thyssen heb je meteen zin om erin te vliegen!

Mijn kind verveelt zich nooit!, uitgeverij Lannoo, 14,99 euro. Check ook hier haar andere leuke (jeugd)boeken.

Zwart/wit

Als kind had ik geen idee hoe groot de wereld was en leek alles zwart/wit. Die achterbakse knaap uit mijn klas was mijn gezworen aartsvijand en voetbalwedstrijden op de speelplaats waren belangrijker dan gelijk welk WK. Die knaap belandde uiteindelijk een paar keer in de gevangenis en later bleek dat ik eigenlijk op geen bal kon stampen.

128036De leraar van het zesde studiejaar was zowat de belangrijkste van de school, de meest strikte ook. Hij leek zichzelf heel wat te vinden en toen ik in zijn klas arriveerde, kon ik dat gevoel van narcisme en licht sadisme dat hij uitstraalde nooit van mij afschudden. Het werd al snel duidelijk dat we nooit beste vrienden zouden worden. Ik was te chaotisch binnen zijn structuur, te speels binnen zijn richtlijnen. Toen de allerlaatste bel rinkelde voor de zomervakantie, hield ik mijn adem in. Ik was klaar om afscheid te nemen. Ik was niet klaar voor het middelbaar zou later blijken, maar ik was blij dat ik niet meer in zijn klas hoefde te zitten. Zo gaat het ook als beginnende puber, alles is nog steeds zwart/wit. Hij had mij als snotaap wel vaker op het hart getrapt, vaak onbewust. Deed er ietwat lachwekkend over dat ik na hem ‘moderne’ studies zou toen. Of landbouwschool niets was voor mij? Dat soort zaken.

In de jaren nadien kwam ik hem slechts occasioneel nog eens tegen. Altijd met zijn fiets, rechte rug en zwaaiend als een koning naar zijn onderdanen. Hij leek zich nog steeds meer te voelen dan een ander. Het kan ook gewoon een verkeerde perceptie geweest zijn, daar ben ik nog altijd niet aan uit.

Ik studeerde af, met onderscheiding en kon vrij snel na mijn studies aan de slag bij de lokale krant, waar hij tot kort daarvoor ook medewerker was geweest. Hij was directeur geworden intussen, in de school waar zijn vrouw lesgaf, een rol die hem eigenlijk op het lijf geschreven was. Zijn gezin was een modelgezin, waar er zichtbaar nooit buiten de lijntjes werd gekleurd. Het was een donderslag bij heldere hemel, toen die bewuste dinsdagmorgen het bericht binnenkwam dat zijn lichaam gevonden was in een bos niet ver van zijn deur. Niemand kon het geloven. Op de redactie vernamen we de details, zaken die je eigenlijk niet kan of mag publiceren als je eer wil hebben aan je beroep. Het was surreëel. We moesten het vier of vijf keer checken vooraleer we het echt konden geloven.

forest-028

Ik hielp mee aan de stukken die geschreven werden, mocht ook zijn begrafenis capteren. Het had iets hallucinants, vooral de manier waarop hij jarenlang een façade in stand had gehouden. Over het waarom had niemand een antwoord. Ook mij liet het niet los. Toen er een jaar voorbij was, wilde ik vragen aan de weduwe of ze wilde terugblikken in onze krant. Maar ik deed het niet. Je voelde aan alles dat de wonde nog te vers was. Vier jaar later wilde ik het opnieuw doen, maar ik aarzelde weer. Het leek me te gemakkelijk, te goedkoop.

Vorig jaar ging ze met pensioen en ging ik langs bij haar. Toen de naam van haar man viel, sprak ze er open en eerlijk over. Het was geen taboe voor haar, nooit geweest blijkbaar. Opnieuw had ik een verkeerde indruk. Dat zwart/wit was dus blijven hangen als het over hem ging.

In februari raapte ik mijn moed bijeen en belde ik haar op met de vraag of ze het zag zitten om tien jaar na zijn overlijden te praten over alles wat er gebeurd is, wat de impact geweest was en hoe het vandaag verder gaat. Ze zei tot mijn verbazing meteen ja. Vond het zelfs bijna logisch. Ik heb in die jaren daarvoor haar lieve dochter leren kennen en voelde steeds meer genegenheid voor hun verhaal. Het werd een warm gesprek. Ze praatte honderduit, opgelucht bijna. Ze haalde andere details naar boven, zoals wat er op het afscheidsbriefje stond. De vragen die ik had, bleken ook voor haar nog steeds vragen. Antwoorden zouden er nooit komen. Het werd een verhaal van verbondenheid, van hoop, van zoeken naar klein familiegeluk. En daarna ook op papier.

12729607_944276132277040_484679497_nIk had het vreemd genoeg moeilijk toen ik het stuk uitschreef en later ook toen ik het herlas. Het is een van de weinige teksten waar ik vandaag trots op ben, die zo goed de sfeer en het gevoel van een gesprek capteren. Ze was er heel blij mee, liet ze weten. Ik kan er niets aan toevoegen, niets weglaten…, mailde ze. Ze feliciteerde me met mijn vlotte pen, noemde mij gedreven. Op zo’n momenten wéét je waarom je dit doet.

Maar die hoop en levensvreugde kreeg een heel ander opzicht toen haar dochter mij vlak na het gesprek inlichtte dat haar moeder eigenlijk op dat moment in behandeling zou gaan, dat haar gezondheid echt niet goed was. Ik had er helemaal niets van gemerkt en het is ook geen standaard vraag als journalist, hoe het met de gezondheid gaat. Ik heb het niet vermeld in het stuk. Ik was achteraf zelfs blij dat ik het niet wist op het moment zelf. Ik wilde het houden bij de hoop dat het artikel uitstraalde. Hoop die de familie de komende maanden nog vaak nodig zou hebben.

Het zag er niet goed uit. Toen ze voor een levensbelangrijke operatie stond, ging een mail en Facebook-bericht rond onder vrienden waarop ze opriepen om aan haar te denken. En hoe onnozel het ook klinkt, ik was ook een van die mensen die die bewuste avond een kaarsje had gebrand voor haar.

sunny-autumn-day-wide-wallpaper-35561

Het was een tijdlang stil, maar je voelde dat er niet veel beterschap was. Afgelopen dinsdagmorgen kwam het bericht binnen dat ze de strijd had verloren. Amper een jaar op pensioen, net de kaap van zestig gepasseerd. Ik contacteerde haar dochter diezelfde avond nog en schreef een overlijdensbericht. Ik dacht terug aan hun familiegeschiedenis, hoe ze het perfecte gezin waren en hoe ondanks de sterke band tussen de kinderen, niets meer zou zijn zoals vroeger. Hoe hun vader sommige kleinkinderen niet eens zag geboren worden, en hoe er misschien straks nog bijkomen, zonder hun moeder. Het overlijdensbericht, de letters die ik tikte, elke keer kwam het contrast tussen zwart en wit naar boven. En hoewel het verhaal kleur kreeg, bleven die twee tinten overheersen. Ik hoop dat ze rust heeft gevonden en dat haar kinderen dat straks ook vinden.

“Na middernacht stond de politie aan de deur. Sindsdien slaap ik niet meer gerust. Vandaag nog altijd niet, nee. In het begin werd ik altijd wakker rond het uur waarop ze aanbelden. Soms is het een uurtje later, twee zelfs, maar elke nacht word ik nog wakker. Raar, hé.”
Het is niet de eerste keer dat ze het woord ‘raar’ gebruikt. Een ander vindt het misschien raar dat het verdriet nog altijd niet gesleten is, zegt ze. Dat ze nog elke dag aan hem denkt of dat ze hem in het begin soms nog vaak zag, passerend op zijn fiets.

“Kort nadien is mijn moeder gestorven, maar dat kon ik gemakkelijker een plaats geven. Dat alleen zijn valt mee, maar dat achterblijven… Ik weet niet of dat rouwproces ooit voorbij gaat. In het begin geloofde ik ook nog dat er iets meer was hierboven, maar nu weet ik het niet meer. Al moet het gezegd dat we telkens mooi weer hebben als we met de kinderen op weekend gaan.”
Ze glimlacht.

“Tien jaar. De tijd is voorbij gevlogen. Ik merk dat veel mensen er vaak niet over durven praten. Ik heb er nooit moeite mee gehad, maar ik begrijp wel dat sommigen het niet ter sprake willen brengen. Als er iemand geconfronteerd wordt met een sterfgeval, neem ik al snel de telefoon. Sommigen durven niet bellen. Maar als het niet gaat, dan is het geen schande.” Zelf is ze een tijdlang naar een zelfhulpgroep geweest. “Ik steek mijn verdriet niet weg. Als het te dicht komt, dan komen ook de tranen.”

Ze zwijgt even. “Ik ben gelukkig, ja. Helemaal anders dan vroeger, maar op zekere hoogte mag je dat nu wel gelukkig noemen.”

Weer die glimlach.

“Raar, hé?”

West-Vlaamse gins

13129830_1111324078931253_1795568519_nHet was begonnen met het mailtje over alweer een West-Vlaamse gin die in de prijzen was gevallen. Ik kon er uit de losse pols al minstens vijf noemen uit de streek. Misschien waren het er nog meer en konden we daar iets mee doen voor de krant. ‘Gin is passé’, klonk het, ‘maar werk het gerust eens uit en dan zien we wel’.

Die avond stelde ik een lijst op en kwam ik uit aan 16 gins met roots in onze provincie. Acht weken lang twee verhalen op onze website en die verhalen achteraf bundelen in een magazine was het volgende idee. Gedrukt was geen optie, te duur, te niche, geen ruimte genoeg om het ruim commercieel te ondersteunen. Digitaal dan maar. Misschien was er toch een beperkte print mogelijk.

13557108_154424214976575_761323009_nIn juni deed ik mijn eerste interview. Maar gaandeweg doken steeds meer namen op. Ken je deze al? Of deze? Ik vloekte even hard als ik blij was. Mijn gewoon werk kon moeilijk blijven liggen, dus deed ik heel wat interviews na mijn uren of in het weekend. Van Outrijve tot Knokke-Heist, alle uitersten van de provincie kwamen aan bod. De teller stopte op 33 gins. Drieëndertig unieke verhalen van enthousiaste mensen met een aparte insteek. Van een glazenwasser tot een dakdekker en een slager… Zelden zoveel straffe ondernemers ontmoet.

13768208_119514175152488_951616662_n-1Heel wat gins ontstonden uit een soort naïeve passie en goesting, soms zelfs een eerbetoon aan familieleden. Bij anderen was het dan weer vooral een marketingverhaal. Gaandeweg bleek dat ze alle 33 wel een link hadden met elkaar. De ene waren vrienden geweest en konden nu elkaars bloed drinken, de andere waren onbekenden en zijn vrienden geworden. De ene gin werd ginder gestookt, maar dat mocht niet geweten zijn. De andere gin was een gestolen recept… Het kon niet op. Het is een kleine wereld en dat laat zich voelen. Maar aan originaliteit geen gebrek. Gins op basis van Japanse appels, asperges, tomaten, chocolade, kreeften, sigaren, zeekraal… niets bleek te gek.

427w36q-1-page0001Ik heb veel geleerd uit die reeks, niet alleen over gin, de stokers, maar ook de manier hoe zo’n magazine tot stand komt. Je wéét het wel, maar als je alles van a tot z moet regelen… Daar heb ik ook mezelf wat in de voet geschoten, want het was veel werk om op mijn eentje te doen, maar iets afgeven… dat zag ik dan ook weer niet zitten. Dat magazine vulde ik gaandeweg aan met extra interviews, van auteurs tot bartenders en bekende West-Vlamingen die verknocht zijn aan gin. Het resultaat is een whopping 68 pagina’s geworden, waar ik zelf alle redactie en teksten voor deed. Hoewel ik er zelf – gratis overigens – minstens 150 uur werk heb ingestoken, moet ik veel mensen dankbaar zijn, van mijn vrouw voor het vele geduld tot sommige fotografen en opmakers die een tandje hebben bijgestoken. Maar ik moet niet zwanzen: ik heb omgekeerd ook heel duidelijk gevoeld waar géén steun te rapen valt. Soms uit hoeken waar het net logisch zou moeten zijn. Ook dat was leerrijk.

Het resultaat kan je – gratis en voor niks – lezen via de app of nog simpeler, via de link onder dit stukje. Voor mij hoef je het niet te doen, maar als het je ook maar een beetje interesseert, haal je er wel een verhaal uit in de buurt. Binnenkort doe ik er nog wel iets mee op de blog, denk ik. Schol!

Lees hier het gratis magazine West-Vlaamse gins.

Callboys: een geniale gelaagdheid

preview_callboys-jpg‘Flauw’, ‘Als dit nu nog humor is…’ We kunnen de reacties straks al voorspellen, in de huiskamers en op de internetvuilbak die Twitter heet. Hoe je het ook draait of keert: de programma’s van Jan Eelen zijn altijd een uitdaging door de specifieke soort humor die de modale Vlaming niet gewend is. Het soort dat we niet meteen terugvinden in programma’s als ‘Tegen de Sterren op’, bijvoorbeeld. Dergelijke programma’s laten tegenwoordig uitschijnen dat satire gemakkelijk, snel en goedkoop is. Maar net als een goede pointe vraagt die tijd. ‘Vaneigens’, ‘Alles Kan Beter’, en ‘In De Gloria’ zijn net als een wijn van topkwaliteit: je kan er nu al van genieten, maar als je de series wat laat liggen, worden ze nog beter. Het is een lelijk en misschien te filosofisch woord voor een televisieprogramma, maar Eelen brengt het soort televisie dat moet rijpen, groeien als het ware.

Het is geen toeval dat zijn programma’s, net als ‘Buiten de Zone’, pas écht een cultstatus verworven hebben door de heruitzendingen. Je vindt telkens weer nieuwe details, nieuwe gags die pas duidelijk worden als je het geheel gezien hebt. Ze leveren ook legendarische quotes op, want op élk kantoor werd al eens de grap gemaakt dat er een ring is op een Düsseldorf of dat ze ‘blij zijn dat ge in hun team zit’. En zouden we nog altijd ondertiteld worden als Gerrit Callewaert niet duidelijk had gemaakt dat wij West-Vlamingen er genoeg van hadden? En waren we niet allemaal blij toen Stefaan Degand onomwonden de spreuk ‘aj moe kakken, moej kakken’ verkondigde, waarbij zelfs Bond zonder Naam zich voor het hoofd sloeg dat ze dit niet gecommercialiseerd hadden?

preview_mp4_1280x720_vier_callboys_trailer_v1-2_min16lufs_webmix_160510_25fpssd-still004-png

Met ‘Callboys’ kiest Eelen opnieuw voor een ongewoon pad, dat de stempel 16+ krijgt. Zelfs daarin zit de nodige portie ironie. Want er passeren al eens een blote borst en een seksscène, maar heeft u al eens gezien aan wat voor vuiligheid de doorsnee 15-jarige al eens wordt – haha – blootgesteld online? Al vanaf de eerste aflevering wordt duidelijk dat ook deze gigolo’s vroeg of laat geconfronteerd worden met zichzelf. Misschien meteen ook de rode draad in het werk van Eelen: mensen die zichzelf zo au sérieux nemen, dat de absurditeit van hun bestaan hen volledig ontgaat. ‘Callboys’ geeft goesting naar meer omdat je wéét dat het straks helemaal misloopt, maar ook omdat het nieuwe perspectieven biedt.

De perfecte weerspiegeling van het leven, als we nog eens filosofisch mogen zijn: constant het gevoel hebben dat alles naar de kloten gaat, maar toch op de een of andere manier aanvoelen dat het wel weer goed komt. Dus voor u ‘Callboys’ bestempelt als ‘zever, gezever’, laat het rusten en bekijk het desnoods nog eens.

Kunnen we dat afspreken?

(Foto’s Vier)

Dé playlist van de zomer van 2016

Vijftig platen, goed voor net geen drie uur muziek. Deze homemade playlist gaat al dik anderhalve maand mee en bevat veel commerciële nummers die vandaag gedraaid worden, maar ook enkele verrassingen. Sommigen dateren van vorig of dit voorjaar, gaande van onbekende platen van Waar is Ken? tot Zayn. Eigenlijk mag het geen fluit uitmaken wie de platen maakt, of het nu Izegemnaren of ex-One Directioners zijn: de bedoeling is dat ze goesting geven om buiten in de zon of aan het zwembad te zitten, met de autoruiten naar beneden te rijden of de barbecue in gang te steken. Band of Horses past misschien niet bij pakweg Sigma of Justin Bieber, maar beluister de playlist en geef mij ongelijk. En één plaat dateert van 1980, maar die plaat zou eigenlijk nooit mogen ontbreken in dit soort lijstjes. Enjoy.

(BTW: ik heb ze openbaar gezet, dus als ge op ‘volgen’ klikt, staat het meteen ook tussen uw playlisten)

 

Tien simpele tips om kinderen koel te houden als het te warm wordt

Dertig graden is niet bepaald aangenaam als je een peuter van twee jaar en een baby van vier maand in huis hebt. De eerste zweette zich onlangs te pletter (maar dronk gelukkig ook veel), terwijl de tweede er -zoals alles- fel gerust in was. Tijdens die warme zomerdagen vorige maand probeerden we een aantal trucs uit, enkele die we zelf vonden, andere die ik zag passeren op Pinterest. In elk geval, here goes:

1. Stop lakentjes in de diepvries.

Vijf minuutjes voor je je kind in bed stopt, stop je de lakentjes even in de diepvriezer. Het zorgt voor wat verfrissing tot ze in slaap vallen. Leuke bijkomstigheid: het zorgt er voor dat bedbeestjes versmoord worden.

34f970e234fb2e642e12d480bc4661dd2. Maak druivenstokjes.

Druiven bevatten vocht en suiker, ideaal dus als snack in warm weer. Om ze aantrekkelijker te maken: steek ze op een stokje en daarna even in de diepvries. Sinaasappelschijfjes zijn ook een topper. En probeer gerust watermeloen, ananas of ander fruit uit, al dan niet in bolletjesvorm.

3. Hou de temperatuur bij.

Op zo’n hete dag is alles warm, maar het is wel handig om de temperatuur bij te houden, zowel binnen als buiten. Hou de slaapkamers binnen zo duister mogelijk, maar als de temperatuur hoger oploopt, dan zet je het best de ruit op een kier. Eentje in de andere ruimte zorgt voor de nodige tocht.

f49c9de4234ddde5832902cf0c2eb5654. Waterballonnen!

Daar scoort ge altijd mee. Maak er een wedstrijdje van (als piñata of als baseballbal), verstop er in de tuin, spreek af met je buren om ze te belegeren… En nee, je hoeft ze niet in de diepvries te stoppen.

5. Spuit water op de bomen.

Als je bomen hebt, dan ga je al snel daar in de schaduw een opblaasbaar zwembad plaatsen. Als je met de tuinslang op de kruin bovenaan spuit, druppelt het nog gemakkelijk vijf minuten en heb je het gevoel dat je in een tropisch oerwoud zit. Klinkt misschien onnozel, maar het is wél verfrissend.

533431357d653c4de66057b62c6227866. De makkelijkste en lekkerste waterijsjes ooit.

Poepsimpel. Vries drinkzakjes à la Capri Sun in. Knip de bovenkant open. Lepel uit. Score! Of laat ze een tijdje zitten en gebruik ze als gigantische ijslolly.

7. Fruit in ijsblokjes.

Speaking of which. Om kleine kinderen veel water te laten drinken, kan je het iets aantrekkelijker maken. Als je ijsblokjes maakt, plaats fruit als frambozen, druiven of andere stukjes in het ijsblokbakje als je het vult. Feest als je het in hun flesje doet!

8. Geen zwembad?

Sleur hun bad naar buiten of ergens een grote kuip dat staat te versterven op de zolder van je garage. Het maakt de kinderen geen fuck uit waarin ze kunnen spelen.

8f0099511da2a5cb315abfa7f192b9849. Maak een miniwaterpretpark.

Als je wat handig bent en oude restjes tuinslang, plastic buizen hebt, dan kan je met wat geluk een miniwaterpretpark maken. Boor er wat gaatjes in, sluit het aan op de waterkraan en go nuts. Gebruik je fantasie: maak er een carwash van of een hindernissenparcours. Fun gegarandeerd!

10. Bad voor bed

Als de kinderen een hele dag gespeeld hebben, zelfs in het zwembad, is het nuttig om ze nog even -letterlijk en figuurlijk- af te koelen in bad, net voor ze gaan slapen. Zo komen ze ook tot rust.

Ook gekken zijn gelukkig

Als mens kan je best wel wat opmerkingen verdragen, als vriend, als echtgenoot… maar als ouder ligt dat net iets gevoeliger, kan ik me wel inbeelden. Deze week was er opnieuw een ‘dat is toch niet meer normaal‘ uit twee verschillende hoeken. Begrijpelijk. Twintig uur slapen ís ook abnormaal, maar ik was bijna zeker dat er tandjes op komst waren en we voelden ook aan dat hij in een nieuwe groeispurt zat. Hij had het al een paar dagen lastig en we besloten om hem zijn eigen tempo opnieuw te laten vinden. Met succes, want de dag nadien sliep hij weer normaal en de dag nog eens daarna had hij zijn goed humeur toch min of meer terug. De dokter gaf me half gelijk: groeispurt, peuterpuberteit maar een klein virusje in plaats van een tand. No biggie.

“Ik heb geen last van FOMO, maar eerder van FOOL”

Het is frustrerend soms, al die goedbedoelde opmerkingen, al waren bovenstaande afzenders een uitzondering overigens. ‘Zou je niet beter je baard afdoen? Wat vroeger in je bed kruipen? Je onkruid uitdoen? Benzine op je bamboe kappen in plaats van hem uit te doen? Meer sporten? Je dag beter indelen?’ Het lijstje is eindeloos en heeft bijna iets stiefmoederlijks. Over het algemeen kan ik het verdragen, maar heel vaak word ik er gewoon moe van.

Het helpt ook niet dat ik redelijk chaotisch ben, dus dat sommige opmerkingen wel terecht zijn. Ik durf al eens onbezonnen zijn, wil te veel, te graag. Als ze mij kunnen warm maken om 12 kilometer te lopen, terwijl ik drie maand eerder nog geen 1 kan lopen, dan doe ik dat. Snel een avondje Werchter, blijven plakken na het minivoetbal… Ik mag me overigens gelukkig prijzen met zo’n geduldige en begripvolle vrouw.

FOMO ofte Fear Of Missing Out, hoor ik ergens een hipsterpsycholoog prediken. Nee, ik heb geen schrik om iets te missen. Maar als ik achteraf van iets moet spijt hebben, dan is het liever omdat ik het wél gedaan heb.

13827209_329315224070709_273459413_nDaarom heb ik ook aan haast niemand gezegd dat ik me gisteren aan de Dodentocht zou wagen, omdat ongetwijfeld de woorden impulsief, onverantwoord of onnozel ongetwijfeld ook zouden opduiken. Ik moest uiteindelijk, compleet onvoorbereid én uitgeput, afhaken na 42 km. Ik was in mijn opzet geslaagd: mijn fysieke grenzen aftasten. De een denkt dat er een hoek af is bij mij, de ander denkt waarschijnlijk dat ik simpel ben. Een dertiger met tienermanieren, een man met het Peter Pan-syndroom.

In werkelijkheid is de waarheid iets genuanceerder. In werkelijkheid heb ik het gevoel elke dag in regels, deadlines en verwachtingen te verzuipen. Werkgewijs vooral, maar ook op familiaal en amicaal vlak. De lat ligt overal hoog tegenwoordig. En overal ‘wordt maar een kleine moeite’ gevraagd. Maar hoe meer je doet, hoe meer mensen je kent, hoe groter het geheel wordt. Ik heb genoeg van die sociale standaard, van dat verwachtingspatroon. En een goede werknemer zijn én een goede echtgenoot én een goede vader, vriend, collega, kennis… Ik wil vooral een goede ik zijn, hoe klef dat ook mag klinken.

Onze generatie heeft nog nooit zoveel vrijheid gekregen in vergelijking met de vorige, maar ondertussen wordt ze wel zoveel mogelijk gestroomlijnd, in vakjes om toch maar duidelijkheid te scheppen in die wirwar dat ons leven geworden is.

Ik heb soms fysiek nood aan iets onbezonnen, iets compleet batshit crazy, aan iets wat niet binnen de lijn van verwachtingen ligt. Al is het een domme stoot, of weet ik dat het achteraf mentaal of fysiek pijn gaat doen, toch ga ik er voor. En so what als ik dan maar beschouw word als gestoord, het is wel degelijk met een reden. Ik wil het gevoel hebben dat ik over iéts controle heb, dat ik dit leven in mijn eigen handen kan nemen zonder honderdenéén conventies in acht te moeten nemen.

“In het leven draait het net rond die vijf seconden waanzin, waar je je hart volgt.”

Want net daarin ligt creativiteit én verwondering. Als ik tien jaar geleden niet had gebeld voor die bewuste stageplaats, die te ver was om praktisch te zijn, had ik nooit aan tafel gezeten met Jessica Alba in New York terwijl ik op dat moment mijn diploma moest halen. Had ik op school dat verlegen meisje niet aangesproken, dan was ik vandaag niet eens getrouwd, laat staan gelukkig getrouwd. Hadden we rationeel gekozen en ons hart niet gevolgd, dan had ik nooit beseft hoe vol het leven is geworden met mijn twee kinderen. Think about it, elke beslissing die we nemen in ons leven, die vijf seconden waanzin waar je je hart volgt, je instinct, en je verstand compleet overboord gooit, dát zijn de zaken die het leven de moeite maken.

Als de hipsterpsycholoog er dan toch een term wil op plakken, laat het dan FOOL zijn. Fear Of Obliterating Life. Schrik om het leven uit te wissen, uit te vlakken. Fuck it, laat mij maar een fool zijn, dan. Ook gekken zijn gelukkig.

Het einde van het Waldorf Astoria

Het moet zowat één van de bekendste hotels ter wereld zijn: het Waldorf Astoria in het hart van New York. Of tenminste: was. Want het hotel bestaat niet langer, of toch niet meer op papier. Vorig jaar werd het gebouw gekocht door een Chinees concern dat het hotel volledig gaat ombouwen tot… een appartementsgebouw. Wall Street Journal maakte recent bekend dat bekend dat het hotel gaat sluiten in de lente van 2017, om pas opnieuw open te gaan in 2020. Zo’n 1.100 kamers van de 1.413 zullen omgebouwd worden tot appartementen. Er zullen nog zo’n 300 tot 500 kamers overblijven voor de reizigers. Voor de werknemers van het hotel is dat een bloedbad. Het hotel is 85 jaar oud, maar is op vele vlakken legendarisch te noemen. Waarom precies?

cd21028923ccc5286ce36bb0533b0125

1. Het hotel ontstond na een familieruzie.

William Waldorf Astor opende het Waldorf Hotel in 1893 voor vijf miljoen dollar. Zijn neef John Jacob Astor IV deed vier jaar later de deuren open van het Astoria Hotel er vlak naast. Ze maakten uiteindelijk een verbintenis tussen de twee, dat Peacock Alley werd gedoopt. Het hotel heette toen Waldorf=Astoria. Er werd geen koppelteken gebruikt, maar een gelijkheidsteken als knipoog naar die befaamde gang. Astor IV stierf op de Titanic.

QozBiFD2. Het was het eerste luxehotel ter wereld.

Het was het eerste hotel waar overal een telefoon, elektriciteit en aparte badkamers werd geïnstalleerd, wat bijzonder luxueus was in die periode.

3. Zonder het Waldorf was er geen sprake van het Empire State Building.

Weinig mensen weten dat het huidige gebouw niet het eerste was. Nee, het originele gebouw werd afgewerkt eind 19de eeuw, om in 1929 plaats te maken voor het Empire State Building. Het gebouw begon in verval te raken, nadat nieuwere en dus ook luxueuzere hotels in de buurt opkwamen. De eigenaar kocht de naam voor een symbolische euro en bouwde het wereldvermaarde Empire State Building.

C7zpwyd4. Het huidige gebouw is een vleugje Belgisch.

In het gebouw werd bijna 45 kubieke meter zwarte marmer verwerkt, dat werd geïmporteerd vanuit ons land.

5. Het was decennialang het hoogste gebouw ter wereld.

Het huidige gebouw was sinds de opening in 1931, tot 1963 het hoogste hotel ter wereld, tot een hotel in Moskou hen klopte met 7 meter. Het huidige hoogste is The Ritz-Carlton in Hong Kong, twee keer zo hoog als Waldorf Astoria.

18FDR1111.06. Er is een geheim treinstation onder het hotel.

De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt gebruikte naar verluidt het roemruchtige Track 61 tot aan het hotel, het ‘geheime’ treinstation onder het hotel. Belangrijke gasten werden in private treinwagons rechtstreeks naar het hotel gebracht. Meer nog: de trein was zo groot dat de president er met zijn gepantserde wagen kon in rijden én er opnieuw uit, rechtstreeks in de lift van het hotel. Vandaag is Track 61 een verlaten ruimte, maar de versterkte ingang en vele geruchten vandaag doen vermoeden dat ze nog steeds in het geheim gebruikt wordt.

7. Het is het duurste hotel dat ooit verkocht werd.

Eind 2014 raakte bekend dat de Chinese Anbang Insurance Group het gebouw had gekocht voor net geen twee miljard dollar, een record. Opmerkelijk: door die deal zijn ze wel een belangrijke klant kwijt: de Verenigde Naties. Tot 2015 had de VN er een appartement continu ter beschikking, waar onder meer de Amerikaanse president en diplomaten tijdelijk kunnen gehuisvest worden. Die hebben ze nu verhuisd naar The New York Palace Hotel. Een officiële reden werd niet gegeven, maar door de overname van de Chinezen maken ze zich zorgen over de veiligheid na de geplande werken (lees: eventuele installatie van afluisteringsapparatuur).

Presidential

8. Elke Amerikaanse president verbleef er.

De duurste kamer in het hotel is The Presidential Suite, dat nagebouwd werd in de stijl van het Witte Huis. President Herbert Hoover (1929-1933) verbleef er meer dan dertig jaar nadat hij met pensioen ging. Sinds de start heeft elke president van de Verenigde Staten er wel eens gelogeerd. Dat zijn er -jawel- dertien in totaal!

543fd8fbc30d0_-_50575912_10-2146774 (1)9. Gasten als Buffalo Bill en de Dalai Lama sliepen er.

In het 123-jarig bestaan is ongetwijfeld half Hollywood de revue gepasseerd, maar ook het aantal hoogwaardigheidsbekleders is indrukwekkend. Zowat alle koningen ter wereld en zeker die van Europa hebben er al de nacht doorgebracht. Net als andere bekende gasten, van Nikola Tesla en Buffalo Bill tot de Dalai Lama en Muhammad Ali. Elizabeth Taylor was een graag geziene gast, net als Marlene Dietrich, en Grace Kelly werd naar verluidt verliefd op de banketmanager van het hotel. Sommige gasten hadden vreemde wensen. Li Hung Chang, een bekende Mandarijn uit de 19de eeuw, vroeg de chef om eieren klaar te maken, die hij zelf had meegebracht. Geloof het of niet, ze waren honderd jaar oud.

10. Het gebouw ademt geschiedenis.

Het idee voor het Panamakanaal ontstond er, de onderzoekscommissie naar de Titanic werd er geopend, er waren vredesgesprekken om de Koude Oorlog te bekoelen en in 1954 werden er zelfs Dodezeerollen verhandeld vanuit de kelder. Af en toe was er ook een politieke rel, zoals toen Yasser Arafat er verbleef.

5-waldorf-salad_65011. De Waldorfsalade vond er zijn oorsprong (duh!).

Kok Oscar Tschirky was een begaafde chef, die volop experimenteerde in de keuken. Hij bedacht in 1896 de befaamde Waldorf Salad. Die bestaat uit appels, walnoten, selder, druiven en mayonaise. Origineel bevatte het geen walnoten. Ook Eggs Benedict (toast, gepocheerd ei, Hollandaisesaus en spek) was zijn idee.

12. Het is ook de geboorteplaats van de Rob Roy.

In het oorspronkelijke hotel maakte een barman in 1894 een cocktail op basis van whisky. Dat deed hij naar aanleiding van een operette rond Rob Roy die toen speelde in New York, losjes gebaseerd op de gelijknamige Schotse volksheld. Vandaag is de Rob Roy een standaard geworden in veel cocktailbars.

13. Er waren nog andere primeurs in de keuken.

Het was het eerste hotel waar room service geïntroduceerd werd. In 1931 was het het eerste hotel ter wereld, waar een vrouwelijke chef werd aangenomen in de keuken.

2cf4a-73996487_10

14. Marilyn Monroe had er een vaste stek.

Marilyn Monroe noemde het jarenlang haar tweede thuis. Ze betaalde in 1955 zo’n duizend dollar per week om er te verblijven. Ze was er een jaar eerder komen wonen voor de film The Seven Year Itch, omdat ze er naar eigen zeggen de rust vond die ze in het chaotische L.A. miste. De befaamde scène met haar wapperende witte jurk werd even verderop in de straat gefilmd. Ze moest na een paar maanden door financiële omstandigheden verhuizen naar een ander hotel, maar bleef altijd een grote sympathie hebben voor het hotel.

2314150615. De piano van Cole Porter staat er nog.

Rond diezelfde periode dat Monroe er woonde, verbleef ook Cole Porter er. Hij had er zijn eigen suite in 33A. Cole Porter is een iconische pianist die stierf in 1964. Hij leefde 25 jaar lang in het hotel en vandaag is zijn Steinway nog steeds onderdeel van het vast meubilair. Zijn suite bestond uit vijf slaapkamers. Wie er vandaag een maand lang wil verblijven moet daarvoor zo’n 150.000 dollar ophoesten.

16. Frank Sinatra was verzot op de suite van Cole Porter.

Zo verzot dat hij bijna een miljoen dollar per jaar betaalde om ze als persoonlijke suite te houden. Tussen 1979 en 1988 was het zijn vaste verblijfplaats als hij niet in Hollywood vertoefde.

33A-ColePorterFoyer

17. Er werden drie miljoen maaltijden per jaar geserveerd.

Het hotel was al vanaf de beginjaren beroemd en berucht voor hun banketten. In de gloriejaren waren er maar liefst negen restaurants in het gebouw. Begin jaren 90 serveerde het hotel tot drie miljoen schotels per jaar, waaronder meer dan 13.000 kilo kreeft, 50 kilo kaviaar en 380.000 bakjes aardbeien.

Meetings-and-Events---Silver-Corridor-2048x1536

18. The Who werd er verbannen.

In 1968 maakte het personeel zich zorgen over de komst van The Who, omdat ze in het verleden al verschillende hotelkamers hadden verbouwd bij hun collega’s. Dus eiste de directie dat er op voorhand betaald werd. Toen dat niet gebeurde en ze terugkeerden na hun optreden, werd hen de toegang ontzegd en hun bagage weerhouden. Drummer Keith Moon slaagde erin om met voetzoekers de deur te forceren. Meer nog: ze werd volledig aan flarden geblazen, waarna de groep prompt de deur werden verwezen én verbannen voor het leven. Iets wat de directie blijkbaar vergeten was na een aantal jaar, want in 1990 vond er de ceremonie plaats ter ere van de intrede van The Who in de Rock and Roll Hall of Fame.

19. En toch raakte je er met veel weg. Heel veel.

Wie veel geld heeft, kan zich letterlijk en figuurlijk veel permitteren. Zo werd er ooit een gehele verdieping afgehuurd voor een groep rijke Arabieren, die hun eigen personeel hadden meegebracht. Blijkbaar liepen ze graag overal naakt rond en hielden ze er rare eetgewoontes op na, zoals het roosteren van slangen en… apen. Fidel Castro liep er ooit binnen met een groep levende kippen, en eiste dat ze meteen werden klaargemaakt.

543fd8f4edf88_-_5593992520. De allereerste pc werd er voorgesteld.

Op 12 augustus 1981 onthulde IBM hun eerste personal computer tijdens een persconferentie in het Waldorf Astoria.

21. Het hotel bood onderdak aan de kapper van Jackie Kennedy.

Kenneth Battelle, beter bekend als Mr. Kenneth, kreeg de de titel van ’s wereld eerste celebritykapper. Hij knipte het haar van onder meer Marilyn Monroe, Audrey Hepburn en werd wereldberoemd dankzij de look van Jacqueline ‘Jackie’ Kennedy. Hij had onder meer haar haar gedaan, net voor de aanslag in 1963. In 1990 werd zijn kap- en beautysalon vernield door een brand, waarna hij verhuisde naar het Waldorf. Hij overleed in 2013.

about_mh